De monsterlijke muziekschool

Spelbeschrijving

Hartelijk welkom in de monsterlijke muziekschool, monsters en monsteressen! Wil je graag meedoen aan het grote muziek concours? Dan kan je best nog even wat lessen volgen in deze superleuke muziekschool, je leert er luisteren, zingen, dictee, het herkennen van de verschillende klanken en instrumenten,… De tiptoi stift leidt jullie – in naam van Chromaticus musicus de XIIde, ook wel genaamd ‘directeur Krokus’ – doorheen het spel. Vooraleer je dit spel kan spelen moet je dus niet alleen het spel kopen, maar ook de tiptoi pen!

Nadat het speelbord werd klaargelegd kiezen alle spelers één van de bands uit, ze hebben elk hun eigen genre en naam: de Rocky Rockers, de Luna-Latin band, de Folky Folks, de Jazzy Jazzers en de Poppy Poppers! Iedereen meldt zich aan door op zijn band te tikken, na het welkomstwoordje van directeur Krokus laat elke band alvast horen wat ze in huis hebben. “Stop, stoop, stoooop!” roept directeur Krokus, wat een ellende voor zijn pluizige monster oren, jullie hebben duidelijk nog wat oefening nodig! De directeur zal doorheen het spel een rondleiding geven in zijn muziekschool, elke leerling-band heeft recht op twee lessen, maar vooraleer je in het klaslokaal geraakt zal je eerst naar de toonladder trap moeten luisteren om te horen in wélk klaslokaal je moet zijn. Hij speelt eerst de noot waarop hij staat (aan het begin: de DO (C). Vervolgens speelt hij de noot van de trap waar hij heen gaat (RE – MI – FA – SOL – LA – SI – DO). Heb je het verkeerd? Geen probleem, Krokus helpt je wat door te zeggen of je hoger of lager moet zijn. Als het echt niet lukt dan helpt Krokus je wel verder … oefening baart kunst! Éénmaal gearriveerd in het klaslokaal moet je goed opletten en krijg je een opdracht.

In ‘Het klassieke muzieksalon’ vertelt Professor Weetal over zijn favoriete, klassieke composities. Hij laat je luisteren naar de muziek: “Hoor jij hoe vaak de koekoek wordt uitgebeeld in dit fragment van Saint-Saens?”, “Hoor je de regendruppels in dit pianowerk van Chopin?” of “Klinkt dit muziekstuk vrolijk of droevig?”. Elke keer je in zijn lokaal komt heeft hij weer iets anders voor je klaar! In de Instrumentenwerkplaats leert de handige Renovatio Priegelaar je bij over de instrumenten: hij laat je een instrument horen en jij moet raden het welke. Soms vraagt hij je ook om alle instrumenten van een bepaalde groep (bvb. strijkers of tokkelinstrumenten) te zoeken, of instrumenten aan te duiden die bij elkaar horen. In het zanglokaal moet je leren zingen: Polyvoks Duizendzang zingt samen met het Mini-Monster-Koot een melodie voor, kan jij het goed nazingen? Ze zal soms ook vragen of je een liedje herkent, zij speelt de begeleiding (zonder dat er gezongen wordt) en jij moet op het bijhorende doe-bordje aanduiden over welk liedje het gaat! In de geluidsstudio van Presto Wervelwind leer je luisteren naar de verschillende klanken op de xylofoon. Presto speelt twee noten, was de tweede noot hoger of lager dan de eerste? Of hij speelt een toon op de xylofoon, en jij moet hem naspelen. Misschien moet je wel een mini-partituur nemen en het liedje naspelen of mag je gewoon naar hartelust improviseren. In het slagwerklokaal leert Batavius Paukenslag je de kneepjes van het vak: trommel het juiste ritme na, en vergeet de rusten niet! Af en toe traint hij ook je geheugen, hij noemt een kleur en jij speelt op de trommel van die kleur. Daarna noemt hij nog een kleur, en sla jij eerst op de eerste, daarna op de tweede trommel enzovoort. Hoe lang kan jij deze trommelketting onthouden? Tenslotte heb je nog het geluiden lokaal met de kleine Fonibert Luistervink, hij laat je geluiden horen en jij moet klikken op wat je hoort. Andere keren laat hij vier verschillende geluiden horen en moet jij zeggen welk er niet bij past, of juist welke geluiden wél bij elkaar horen! Hij heeft altijd een nieuwe opdracht voor je klaar!

Oeps, wat vliegt de tijd! Het is tijd voor de finale van het grote monster muziek concours! Gauw het podium op, Krokus: kondig onze fantastische leerlingen-bands maar aan! Elke band maakt zich klaar voor het grote optreden, hoe beter je tijdens de lessen hebt gepresteerd, hoe beter je optreden zal zijn. Wie heeft de meeste punten verdiend en krijgt het grootste applaus? Aan het einde van het concours zal directeur Krokus de winnaar bekend maken. Hartelijk gefeliciteerd! En niet vergeten: oefening baart kunst.

Onze mening

Aan het begin waren we vooral gefascineerd door de werking van de tiptoi, het is ongelooflijk hoe de stift je doorheen dit spel leidt. In de ‘ontdekkingsmodus’ vertelt de stift je niet alleen de naam van alles wat je ziet op het bord, maar ook wat meer informatie en hij laat zelfs horen hoe dat instrument klinkt! Je kan spelen op de xylofoon en de toonhoogtes die je hoort zijn correct. Het spel zelf is ook heel indrukwekkend in elkaar gestoken, er is aandacht voor vele dingen die in het muziekonderwijs worden aangeleerd. Elke keer je het spel speelt krijg je andere opdrachten, zelfs in de 8ste speelsessie kregen we nog opdrachten die we nog niet eerder hadden gehoord. De ene opdracht is al wat interessanter dan de andere, neem bijvoorbeeld de luisteropdrachten in het klassieke muzieksalon. Soms vertelt Professor Weetal eerst over een muziekstuk, hij laat je vervolgens de karakteristieke maat meetellen. Een andere keer moet je tellen hoeveel keer je ‘de koekoek’ hoort… Bij deze opdrachten gaan de kinderen actief luisteren, bij andere opdrachten is dat wat vager. Nog betere opdrachten zijn die waarbij je moet luisteren en achteraf zeggen of het feestje vrolijk verder ging of abrupt ten einde kwam: de kinderen leren dus bewust te luisteren. Als pianolerares kan ik dit soort spellen alleen maar aanbevelen, het is heel leerrijk en toch op een heel leuke manier gebracht zodat de kinderen amper beseffen dat ze iets bijleren. Anderzijds is het spel zeker niet eenvoudig, de leeftijdscategorie “4 – 7” is niet helemaal correct. Vanaf 4 jaar is heel jong voor dit spel, de maximumleeftijd 7 had er al helemaal niet moeten staan want ook een 9-jarige kan hier nog veel plezier mee beleven én veel uit leren. Maar koop jij een spel voor je 7-jarige zoon, met die maximumleeftijd op de doos?

We speelden het spel in de muziekles en de meeste kinderen vonden het geweldig. Je hoeft niets uit te leggen, de stift zegt steeds heel duidelijk wat je moet doen en hoe het in zijn werk gaat. Ook voor mij als lerares was het interessant om te zien wat de leerlingen wel/niet kunnen. In een thuis-situatie gaat die vele uitleg soms wel eens tegensteken, je hoeft niet opnieuw te horen dat Presto Wervelwind vele armen heeft en monsterlijk goed xylofoon kan spelen, je wilt liefst van al gewoon horen wat je moet doen. Een tweede speelsessie heeft dus enerzijds het voordeel dat je andere opdrachten krijgt en het spel steeds anders is, anderzijds het nadeel dat het nogal gauw langdradig wordt. Je kan de uitleg wel overslaan, maar dan heb je ook vaak de opdracht gemist en dat kan niet de bedoeling zijn. Het spel neemt wel een half uurtje in beslag, maar doordat je continu aan de slag bent beschouwen de meeste kinderen dit niet als ‘te’ lang. In een thuis-situatie is de ontdekkingsmodus dan weer heel interessant: laat de kinderen gewoon wat typen op het bord, ze leren de instrumenten kennen, op de xylofoon spelen, liedjes herkennen, … Ze kunnen helemaal alleen bezig zijn en ze kunnen het spel ook helemaal alleen spelen. Of je doet weer mee nadat ze een tijdje hebben zitten zoeken, wees maar zeker dat ze het nu al wat beter zullen kunnen!

Conclusie: De monsterlijke muziekschool is top om de kinderen al spelend wat muzikale kennis bij te brengen.

Monsterlijke Muziekschool

Met dank aan Ravensburger!

Met dank aan Ravensburger!

De monsterlijke muziekschool

Auteur: Kai Haferkamp
Uitgever: Ravensburger
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 4 jaar

Fish ‘n’ Stones

Spelbeschrijving

In deze ‘Fische und Steine’ proberen alle spelers de grootste vangst met vissen te scoren. Leg je eigen kat op een geniepige plaats, doe een strategische zet en onthul daarna je geheime plaats… En? Een mooie visvangst gedaan? Of toch bot gevangen?

Aan het begin van elke ronde worden er 9 kaarten opengelegd op tafel, en dat in een vierkant van 3 op 3. Vervolgens leggen alle spelers hun drie kaarten aan hun zijde naast de vijver. Één van die kaarten bevat de kat met vishengel, de andere kaarten zijn blanco. Daarna kunnen alle spelers, beginnend met de startspeler, één kaart/stapel in de visvijver verleggen. Ze mogen dus één kaart opnemen en op een aangrenzende kaart leggen. Pas daarna maakt de startspeler bekend op welk van de drie kaarten zijn kat staat, de speler is verplicht om één kaart/stapel uit die rij te nemen. Je wilt uiteraard zo veel mogelijk vissen nemen, maar misschien hadden je tegenspelers je wel door en hebben ze de beste kaarten alvast verplaatst. Elke vis zal aan het einde één punt opleveren terwijl elke steen dan weer een minpunt geeft. Tenslotte maken ook de andere spelers elk om beurt bekend waar hun kat verstopt zat, zolang er minstens één kaart/stapel in het verlengde van de kat ligt zijn ze verplicht een stapel te nemen.

Aan het begin van de tweede ronde worden er weer 9 kaarten opengelegd, maar deze keer over de kaarten die nog op tafel lagen. Als je in de komende rondes dus een kaart wilt verplaatsen en/of vangen ben je verplicht om de hele stapel te nemen. Je kan dus maar best proberen te onthouden wat er lag. Na vier ronden eindigt het spel, alle spelers tellen hun vangst en diegene met de meeste punten wint het spel.

Onze mening

Aanvankelijk hadden we van Fish ‘n’ Stones een kinderspel verwacht, de leeftijdsaanduiding 7+ én de illustraties lieten dan ook niets anders vermoeden. Een eerste speelsessie overtuigde ons echter meteen dat het meer was dan alleen een kinderspel: in dit kaartspel komt heel wat strategie aan te pas! Eerst de beslissing waar je je kat legt, die vaak te maken heeft met de beurtvolgorde… je moet er namelijk rekening mee houden dat de kaarten in die volgorde bekend worden gemaakt. Ook het verleggen van de kaarten is vervolgens van groot belang. Je kan een afleidingsmanoeuvre doen in de hoop dat je tegenspelers niet doorhebben waar je kat ligt, of je kan er voor kiezen dat jouw mogelijke buit alleen maar groter wordt. Helaas hebben de andere spelers die kans ook, en wat zijn zij van plan? Het bekendmaken van de kaarten is telkens opnieuw spannend. In de volgende drie rondes komt er ook het geheugenaspect bij, de kaart die bovenaan ligt ziet er misschien (on)aantrekkelijk uit, maar wie weet nog wat eronder zat? Misschien is dat – ondanks die twee stenen – misschien wel een hele mooie vangst?

Het aantal spelers heeft in deze filler vooral invloed op het strategische element: met twee spelers heb je het iets meer in de hand dan met vier spelers. Soms wordt het onverwacht een leuk, strategisch en zelfs venijnig spelletje. Het speelt met alle spelersaantallen leuk, maar wij spelen Fish ‘n’ Stones het liefst met twee of drie spelers. De illustraties zijn mooi maar zorgen voor het kinderlijke uiterlijk. Het kan zeker met jonge kinderen gespeeld worden, maar ook de volwassenen kunnen deze filler wel eens smaken. We vinden het wel jammer dat de blanco kaarten helemaal blanco zijn, een eenvoudige illustratie kon ook weergeven dat de kat daar niet was…

Conclusie: Fish ‘n’ Stones is een leuke filler met meer diepgang dan je zou verwachten!

Fish'n'Stones

Fish ‘n’ Stones

Auteurs: Dennis Kirps & Jean-Claude Pellin

Met dank aan Logis!

Met dank aan Logis!

Uitgever: LOGIS
Aantal spelers: 2 – 4
Tijdsduur: ± 20 min.
Vanaf 7 jaar

Le Lièvre & la Tortue

Spelbeschrijving

Achter de Franse titel (of in het Engels: The Hare and the Tortoise) schuilt de fabel ‘Haas en schildpad’. Je weet wel, over de haas die denkt gemakkelijk te kunnen winnen en onderweg een dutje doet. Wanneer de haas wakker wordt heeft de schildpad de eindmeet echter al bereikt en wint die laatste de race. Die bewuste race gaan we in dit spel naspelen, wie kan voorspellen hoe het podium er achteraf zal uit zien?

lievretortue

Aan het begin krijgt elke speler één startkaart en 7 handkaarten. De startkaart geeft alvast aan welk dier jij liefst als eerste over de finish ziet lopen. Uit je handkaarten kan je nog een extra dier kiezen waarop je gokt, of misschien gok jij wel twee keer op hetzelfde dier? Beide kaarten liggen gedekt voor je neer en blijven geheim tot het einde van het spel. Telkens je aan beurt bent kan je één tot vier kaarten van eenzelfde diersoort uitspelen, daarbij moet je slechts met twee regels rekening houden: er mogen in totaal niet meer dan 8 kaarten op tafel liggen (de kaarten die de andere spelers gespeeld hebben tellen dus mee) én er mogen maximum 4 kaarten liggen per diersoort. Nadat alle spelers kaarten hebben uitgespeeld worden de dieren in een bepaalde volgorde bewogen. De haas vertrekt eerst en zet twee stappen, op voorwaarde dat er minstens één kaart met een haas is gespeeld. De schildpad beweegt vervolgens één stapje, zelfs als er géén schildpad-kaart gespeeld is. Als er in totaal 4 kaarten met schildpadden gespeeld zijn gaat de schildpad 2 stapjes vooruit. Afhankelijk van de gespeelde kaarten kan de wolf één tot drie stappen vooruit gaan. Als één van de gespeelde kaarten een huilende wolf bevat beweegt alleen de wolf deze ronde, de anderen staan verstijfd van de schrik. De vos doet even veel stappen als het aantal gespeelde kaarten, het schaap doet zelfs één stap meer.

Nadat de vijf dieren al dan niet verplaatst zijn worden alle gespeelde kaarten op de aflegstapel gelegd en vullen de spelers hun hand aan tot zes kaarten. Op deze manier gaat het spel verder tot de eerste drie dieren de finish hebben overschreden, de podiumplaatsen zijn gekend en de puntentelling kan beginnen. Alle spelers maken nu bekend op welke twee dieren ze aan het begin gegokt hebben. Het dier dat op de eerste plaats is geëindigd levert 5 punten op, voor een tweede of derde plaats kan je nog 3 of 2 punten sprokkelen. Diegene die in totaal de meeste punten heeft wint het spel!

Onze mening

Om te beginnen zijn we al fan van deze reeks, na het eerste mooie doosje van The Three Little Pigs waren we ook erg benieuwd naar het derde spel in deze reeks. Ook hier krijg je weer een mooie boekvorm met heel mooie illustraties. Beide spellen zijn erg vergelijkbaar qua moeilijkheid en diepgang. Ook ‘Le Lièvre et la Tortue’ geeft de indruk een kinderspel te zijn, maar het heeft dan toch een zekere diepgang waardoor ook volwassenen het wel eens als filler kunnen smaken. Liefst wil je uiteraard kaarten uitspelen in je eigen voordeel, de dieren waar jij op gegokt hebt wil je uiteraard als eerste over de finish zien komen! Helaas zal dat niet altijd lukken en wil je ook niet te doorzichtig spelen, niet iedereen hoeft te weten dat je de haas zo graag ziet winnen. Maar welke kaarten speel je dan? Hoe meer kaarten je speelt, hoe meer nieuwe kaarten je op hand kan nemen. Ideaal om je hand te verversen in de hoop betere kaarten te krijgen. Of speel je de huilende wolf? Dan hebben je medespelers misschien hun goede kaarten verspeeld zonder enig effect.

Elk dier beweegt op zijn eigen manier, maar dankzij een handig samenvattingskaartje kan iedereen meteen van in het begin goed volgen. De doos is mooi maar de inleg past nét niet waardoor alles telkens weer door elkaar vliegt, een klein minpuntje. Wij en onze medespelers beleefden steeds veel plezier aan deze filler. Of het veel op tafel zal komen? Na enkele keren heb je het misschien wel gehad, maar toch vinden we het leuk. Het spel voelt met alle spelersaantallen anders. Zo is het met twee spelers perfect mogelijk om elk vier kaarten uit te spelen en is de kans met vijf spelers erg groot dat je geen kaarten meer zal kunnen spelen als je laatst aan beurt bent. Met twee of vijf spelers is het spel dus ook leuk, maar geef ons toch maar de gulden middenweg, wij zullen het liefst met 3 of 4 spelers op tafel leggen.

Conclusie: Le Lièvre & la Tortue is een leuke en eenvoudige filler!

lievre

Met dank aan Asmodee België!

Met dank aan Asmodee België!

Le Lièvre & la Tortue

Auteur: Gary Kim
Uitgever: Purple Brain Games
Aantal spelers: 2 – 5
Tijdsduur: ± 20 min.
Vanaf 7 jaar

Triominos (Turbo)

Spelbeschrijving Triominos

TriominosProbeer zoveel mogelijk punten te scoren door je triominos-stenen passend aan te leggen. Als je aan de beurt ben probeer je één van de stenen op je speelbord passend aan te leggen op tafel, als je daarin slaagt scoor je punten gelijk aan de waarde van die steen (de som van de drie getallen). Door bepaalde vormen te maken kan je extra bonuspunten verdienen, zo krijg je maar liefst 40 bonuspunten als je een brug vormt. Een hexagon en een dubbele hexagon zijn zelfs 50 en 60 punten waard! Als je geen steen kunt of wilt aanleggen ben je verplicht om een Triomino aan te kopen. Elke aankoop kost je 5 punten, als je na drie pogingen nog steeds geen steen kan aanleggen moet je als straf nog 10 punten extra betalen. Die ronde verlies je dus 25 punten en heb je drie nieuwe stenen op je bord staan.

Aan het einde van de ronde waarin een speler zijn laatste steen uitspeelde eindigt het spel. De winnaar krijgt de som van de waarden van de stenen van de tegenspeler én 25 bonuspunten. Diegene die daarna de meeste punten heeft wint het spel. Het spel kan ook over meerdere ronden gespeeld worden waarbij er een punten-limiet wordt afgesproken.

Spelbeschrijving Triominos Turbo

In deze nieuwe ‘Turbo’ variant op Triominos wil je jouw Triominos als eerste aanleggen, dat is dan ook de enige manier om het spel te winnen! De spelers beslissen samen hoe snel/traag ze de timer instellen, je kan kiezen tussen 8 of 15 seconden. Vervolgens nemen alle spelers zes Triominos voor zich op tafel, wordt er één steen in het midden gelegd en drukt één van de spelers op de timer als startsignaal van het spel. Als je denkt dat je één van je stenen kan aanleggen druk je gauw op de timer (ook al is die nog niet helemaal afgelopen) en kan je vervolgens proberen of het lukt. Als je jouw steen kan aanleggen kan je meteen daarna weer op de timer drukken om nog een steen aan te leggen, maar misschien is één van je tegenstanders je dan wel voor en wilt hij een steen aanleggen! Als een andere speler op de timer gedrukt heeft moet je wachten tot hij/zij een Triomino heeft aangelegd, pas daarna kan jij weer op de timer drukken.

Pas echter op dat je niet té snel drukt, als later blijkt dat je steen tóch niet past en je kan dus geen steen aanleggen vooraleer de bel gaat word je gestraft en zal je twee extra Triominos stenen moeten nemen. De tijd kan ook voorbij zijn doordat niemand anders de timer opnieuw indrukte, in dat geval nemen alle spelers één nieuwe steen. Het spel eindigt van zodra één speler alle stenen heeft aangelegd, deze speler wint het spel.

Onze mening

De klassieke versie van Triominos stond als kind al in onze spellenkast, of toch bij één van ons. Ik herinnerde mij dat het spel zeer geliefd was en vaak op tafel kwam, maar de puntentelling zei me niets. Na het lezen van de spelregels en een speelsessie werd duidelijk waarom ik er wellicht weinig van wist: dat voegt gewoon niets aan het spel toe. Domino speelden we als kind ook zonder puntentelling, Triominos dus ook. Het leuke aan Triominos is dat je op zoek kan gaan naar passende blokjes, het is moeilijker dan een gewone domino en is voor jonge kinderen zeker een uitdaging. De puntentelling leverde meer frustratie op, dan pas valt het op hoe hoog de geluksfactor in het spel is. Soms heb je gewoon de pech dat je de verkeerde stenen trekt, dan moet je nog punten inleveren (en soms onder 0 gaan) en word je dus dubbel gestraft. Ook aan de waarde van je Triomino kan je niets veranderen, je scoort gewoon de punten die je toevallig trekt. Uiteraard probeer je de stenen met de meeste punten aan te leggen, maar als dat niet gaat… De bonuspunten zijn leuk omdat je probeert moeilijkere vormen te maken, maar ook daar heb je wat geluk voor nodig om nét die steen te trekken die daar nog past. Triominos is gewoon een leuk familiespel en het stimuleert het ruimtelijk inzicht van kinderen, maar je raadt het al: laat die puntentelling maar achterwege. Het is een spel met degelijke kwaliteit van stenen, maar als we even echt kritisch zijn: alles is hier in de vorm van een driehoek (zelfs de doos): waarom de spelregels dan niet? Die moet je krom plooien om er toch maar bij te krijgen.

In de Turbo variant hebben ze die puntentelling alvast achterwege gelaten, een goed begin. Je moet er wel naar raden met hoeveel spelers je het spel kan spelen aangezien dit nergens vermeld staat, niet op de doos en niet in de spelregels. Aangezien het blijkbaar met alle courante spelersaantallen (2-4) werkt is dat niet zo’n onoverkomelijk probleem. De spelregels zijn overigens vrij ingewikkeld geschreven waardoor het ons niet meteen duidelijk was hoe het spel juist gespeeld moest worden. Het zou ons niet verbazen als het spelletje op vele plaatsen verkeerd wordt gespeeld. Net als de klassieke Triominos staat hier de leeftijdsaanduiding 6+, maar de Turbo-variant is duidelijk moeilijker dan de klassieke versie! Je kan/mag niet ‘op je gemak’ zoeken of je Triomino past want pas nadat je op de timer hebt gedrukt kan je proberen. Voor kinderen die iets ouder zijn, al enig ruimtelijk inzicht hebben én graag spelen onder tijdsdruk is Triominos Turbo dan weer erg leuk. De timer lijkt echter niet zo’n lange levensduur te hebben, we merkten dan ook dat die af en toe bleef haperen. De tijdsdruk was niet meteen aan ons besteed, maar dat is een kwestie van smaak.

Conclusie: Met de klassieke en de Turbo-versie van Triominos is er voor elke puzzelaar wat wils!

Met dank aan Goliath!

Met dank aan Goliath!

Triominos

Uitgever: Goliath Games
Aantal spelers: 1 – 4
Tijdsduur: ± 20 min.
Vanaf 6 jaar

Triominos Turbo

Uitgever: Goliath Games
Tijdsduur: ± 10 min.
Vanaf 6 jaar

Dragon Valley

Spelbeschrijving

In een afgelegen vallei woont een kleine drakenfamilie, énkel de tovenaars hebben weet van dit geheime bestaan. De jongste draken spelen iets verderop het spelletje ‘vuurbal’, maar de knorrige tovenaar Razandar kan daar niet mee lachen. Hij vreest dat die hete lava zijn mooie tovenaarstoren zal beschadigen. Hij is op weg naar de toren en zal de kleine draakjes straffen, wij zijn de enigen die de kleine draakjes nog kunnen reden. We zullen er dus alles aan doen om de familie te herenigen in hun verborgen vallei, anders verliezen we gezamenlijk het spel!

Als je aan beurt bent dobbel je met de witte dobbelsteen, het resultaat daarvan zal bepalen welke actie er wordt uitgevoerd. Als je een drakenjong hebt gedobbeld beginnen we aan de magie, trek één van de drakenjongen uit de zwarte zak en zet deze bovenaan op de tovenaarstoren. Elk drakenjong moet door twee spelers verplaatst worden naar de drakenvallei, wélke spelers dat moeten doen werd aan het begin van het spel bepaald d.m.v. gekleurde kaarten. Alle spelers zullen met elk van hun medespelers eens moeten samenwerken. De kleur van het drakenjong bepaalt dus welke spelers het jong zullen moeten redden, deze spelers maken zich dus klaar voor hun toverspreuk en nemen hun toverstok alvast klaar. Door aan twee zijden met de toverstokken tegen het draakje te duwen kunnen de spelers de draak samen opnemen en naar de vallei brengen. Als de twee spelers daar in slagen is de vlucht gelukt en is de volgende speler aan beurt, in het andere geval wordt de zwarte dobbelsteen gegooid en komt Razandar een stapje dichter bij zijn toren. Ook met de witte dobbelsteen kan je pech hebben, als je Razandar dobbelt moet je hem meteen een stap laten naderen. Als je een zon dobbelt heb je geluk en gaat Razandar terug enkele stappen achteruit, hij gaat helemaal terug naar zijn tovenaarshuis! Tenslotte kan je ook nog een drakenjong met een lavasteen dobbelen, dat maakt jouw spreuk eens zo moeilijk, je moet het drakenjong dan namelijk samen met die lavasteen vervoeren! Als de spelers er in geslaagd zijn om alle drakenjongen terug in hun vallei te brengen winnen de spelers samen het spel. Als Razandar echter aan de toren arriveert terwijl er nog jonge draakjes aanwezig zijn verliezen de spelers het spel gezamenlijk.

Voor de jongste spelers zijn grotere toverstokken voorzien, bovendien kan er beslist worden om de toren dan iets dichter bij de vallei te plaatsen. Voor de gevorderde tovenaars is er dan weer een variant waarbij de drakenjongen in het midden van de vallei (tussen de bomen) moeten geplaatst worden, je zal dus zeer accuraat moeten zijn! Bovendien zijn er ook nog tovenaarstegels die het verplaatsen van de drakenjongen nog moeilijker maakt, zo mag je de toverstok vb. maar met twee vingers vasthouden. Ook als je die met je verkeerde hand – of zelfs met twee handen – moet vasthouden is het moeilijker, om dan maar te zwijgen van de kaartjes die je verplichten om de actie blind of met één gesloten oog uit te voeren!

Onze mening

Dragon Valley sprak ons wel aan dankzij de mooie illustraties, bovendien zijn we grote voorstanders van coöperatieve kinderspellen. Na het lezen van de spelregels hadden we onze vragen bij de moeilijkheid, het verplaatsen van die draken is niet zo eenvoudig, laat staan met de leeftijdsaanduiding 6+. Ons zesjarig neefje overtuigde ons echter van het tegendeel, aangezien hij het spelletje graag en goed meespeelde, weliswaar met de toverstokken voor jonge spelers. Het verplaatsen met de kleine toverstokken (voor volwassen spelers) is best moeilijk. Het kan aan ons liggen, maar we kwamen niet aan de variant voor gevorderden spelers met die tovenaarstegels. Dat is wellicht voor iemand met een vaste hand! Het spel is van een mooie kwaliteit, het oogt altijd mooi als een doos op zo’n manier genuttigd wordt. Dragon Valley is dus een leuk kinderspel dat met alle spelersaantallen even goed werkt, maar we hebben wel onze vraag bij de herspeelbaarheid. Het is wel eens leuk om te oefenen, maar naar ons idee gaan kinderen die niet goed zijn in zo’n zaken niet meteen zin hebben om het spel te herspelen. Kinderen die het wel goed kunnen hebben het na enkele keren wellicht ook wel gehad.

Conclusie: Dragon Valley is een spel voor stressbestendige kinderen met een vaste hand!

Dragon Valley

Met dank aan Asmodee België!

Met dank aan Asmodee België!

Dragon Valley

Auteurs: Julien Gupta & Johannes Berger
Uitgever: Queen Games
Aantal spelers: 2 – 4
Tijdsduur: ± 20 min.
Vanaf 6 jaar

Difference

Spelbeschrijving

Wie kent het niet, zelfs in de krant vind je vaak twee tekeningetjes met daarboven ‘Zoek de 7 verschillen’. De maker van Difference heeft dit bekende fenomeen omgezet naar een spel. Diegene die er als eerste in slaagt om de meeste verschillen te vinden zal het spel winnen!

Het spel bevat vier tekeningen waarmee gespeeld kan worden. Het circus en het kasteel zijn de makkelijke kaarten, het meer en de draak zijn voor gevorderde spelers. Aan het begin van het spel moeten de spelers één afbeelding kiezen waarmee het hele spel gespeeld zal worden. Elke speler krijgt vervolgens even veel kaarten met de gekozen afbeelding en er wordt één afbeelding in het midden van de tafel gelegd. De spelers mogen tegelijkertijd beginnen zoeken, er zijn steeds twee verschillen te vinden tussen de kaart op tafel en de bovenste kaart van jouw stapel. Van zodra je de twee verschillen hebt gevonden roep je ‘Verschil!’ en laat je de verschillen zien aan je medespelers. Als het klopt mag je jouw kaart op de huidige referentiekaart leggen en kan je op je volgende kaart beginnen zoeken, als het fout is zal je op deze kaart verder moeten zoeken. Één van de twee verschillen zal steeds gelijk zijn als een verschil uit de vorige ronde, maar het is wel belangrijk dat je de twee verschillen kan aanduiden. Van zodra een speler al zijn kaarten kwijt is eindigt het spel, die speler is de winnaar.

Onze mening

Als kind vonden we zo’n zoekplaatjes erg leuk, we waren dus erg benieuwd hoe dit omgezet werd in een spel en keken er naar uit om het met kinderen te spelen! Toen we het eerst op tafel legden, mét een zesjarige, merkten we al snel dat het niet zo eenvoudig was als het leek. Het spel geeft 6+ aan, maar dat is toch vrij vroeg. We begonnen uiteraard met de ‘eenvoudige’ kaarten, sommige verschillen zie je uiteraard duidelijker dan andere, maar over het algemeen is het best moeilijk. De moeilijke opdrachtkaarten waren ook een hele uitdaging voor volwassenen. De verschillen liggen zo in de details dat je echt op alles gaat letten, soms stel je je dan de vraag of dat ene verschil de bedoeling is, of dat die ene kaart gewoon nét iets anders gedrukt is. Als je met meerdere spelers speelt dan heb je soms de neiging om niet op te letten wanneer iemand de verschillen gevonden heeft, het is echter belangrijk dat je dat wél doet! Die kaart wordt namelijk de volgende referentiekaart, en één van die verschillen zal voor jou dus ook van toepassing worden. Een eenvoudige regel waardoor iedereen steeds aandachtig blijft. Difference is het gemakkelijkste als je recht voor de referentiekaart zit, het is ideaal als twee spelers naast elkaar zitten. Als je met zes speelt kunnen alle spelers de referentiekaart meestal niet even gemakkelijk zien.

Conclusie: Kinderen (of volwassenen) die houden van zoekplaten zullen zich zeker amuseren met Difference!

Difference

Met dank aan Gigamic!

Met dank aan Gigamic!

Difference

Auteur: Christophe Bœlinger
Uitgever: Gigamic
Aantal spelers: 2 – 6
Tijdsduur: ± 20 min.
Vanaf 6 jaar

Tutti Frutti

Spelbeschrijving

In Tutti Frutti gaan de kinderen elk hun eigen fruitcocktail samenstellen. Zoek snel de andere helft van jouw stukje fruit en leg het correct op je stapel. Wie maakt de hoogste toren zonder fouten?

Aan het begin van het spel worden de 48 dubbelzijdige plaatjes verspreid op tafel gelegd. Alle spelers mogen één fiche nemen om het spel mee te beginnen. Van zodra één speler start roept kan iedereen op tafel beginnen zoeken naar een passend fiche. Je zal dezelfde tekening moeten zoeken als op één van de zijdes van jouw fiche, je moet het nieuwe plaatje vervolgens zo op je vorige stapelen dat de gelijke tekeningen tegen elkaar zitten. Op die manier spelen de spelers, tegelijkertijd, verder in de hoop een zo hoog mogelijke stapel te maken! Als je niet meteen een passend fiche vindt mag je de fiches op tafel uiteraard omdraaien. Als alle plaatjes op tafel op zijn of als geen enkele speler nog verder kan eindigt het spel. De hoogste stapel wordt als eerste gecontroleerd, als alles juist blijkt te zijn dan wint deze speler, anders worden de andere stapels gecontroleerd tot wanneer er een winnaar uit de bus komt.

Onze mening

Tutti Frutti is een kinderspel vanaf 4 jaar. Het zoeken naar de juiste fiches stimuleert het observatievermogen van kleine kinderen, maar met zo’n aantal fiches lijkt dat toch niet zo evident. Daarnaast is het ook het reactievermogen van groot belang, want diegene die de hoogste (én correcte!) stapel kan maken wint het spel. Dit soort spelletjes is goed om kinderen te stimuleren, maar het zijn wel spellen die kinderen onderling moeten spelen, liefst kinderen van dezelfde leeftijd. Een zesjarige is veel sneller dan een vierjarige, en als een achtjarige meedoet vinden de kleinere kinderen het niet meer leuk omdat ze geen schijn van kans maken. Tutti Frutti viel niet echt in de smaak bij de kinderen waar wij het mee gespeeld hebben, aangezien het steeds dezelfde (de oudste) was die won. Misschien is het wel een idee voor in de kleuterklas, waar alle kinderen dezelfde leeftijd hebben en op hetzelfde niveau zitten.

Conclusie: Tutti Frutti stimuleert het reactievermogen van de allerkleinste spelers!

Tutti Frutti

Met dank aan Gigamic!

Met dank aan Gigamic!

Tutti Frutti

Auteur: Theora Concept
Uitgever: Gigamic
Aantal spelers: 2 – 6
Tijdsduur: ± 10 min.
Vanaf 4 jaar

UFO Alarm!

Spelbeschrijving

Alarm! Er is een UFO op komst en ze hebben onze boeren in het vizier! De boeren en hun dieren lopen heen en weer op het platteland, ze verstoppen zich in de toiletten of in geheime doorgangen en proberen het ruimteschip te ontwijken. Helaas blijft ook dat ruimteschip op pad en ontvoeren ze meer en meer boeren… Wie slaagt er in om als laatste op het platteland te blijven?

Aan het begin van het spel moeten alle boeren en dieren hun boerderij verlaten, de spelers dobbelen elk om beurt de dobbelsteen om één van hun pionnen te verplaatsen. Van zodra elke speler vier keer aan beurt is geweest en alle pionnen dus op het bord staan komen ook de aliens tot leven. Vanaf dat moment zullen de spelers met twee dobbelstenen moeten dobbelen, de combinatie van de twee dobbelstenen bepaalt wat er vervolgens gaat gebeuren. Zo kan je soms één van je pionnen verplaatsen en andere keren het ruimteschip. Als je met het ruimteschip boven een pion eindigt duw je één keer op de knop van het ruimteschip, het is dan spannend afwachten of de aliens de pion zullen ontvoeren of niet! In de meeste gevallen wordt de pion inderdaad opgezogen, maar ook de aliens maken fouten, dus met wat geluk blijft je pion op het bord staan. Het dobbelresultaat kan er helaas ook voor zorgen dat je verstijft van de schrik en deze beurt niks kan uitvoeren, en met wat geluk kan je het ruimteschip op een plaats naar keuze zetten en vervolgens proberen een pion te ontvoeren.

Als al je pionnen ontvoerd zijn moet je nog wel met de dobbelsteen blijven gooien, zo kan je het ruimteschip misschien nog verplaatsen. Als je je eigen boeren mag verplaatsen kan je helaas niets meer doen. Het spel gaat op deze manier verder tot wanneer er slechts pionnen in één kleur op het bord overblijven, de speler die met deze kleur speelde wint het spel!

Onze mening

UFO Alarm is een spel dat meteen de aandacht trekt van de kinderen. Het verhaal is leuk en is bovendien mooi uitgewerkt! Het spel zelf speelt leuk en bevat mooi materiaal maar heeft ook enkele mindere punten. Het wegrennen van het ruimteschip is spannend, iedereen probeert zich te verstoppen in het toilet of in de geheime gangen. Het spel kan soms onverwachte wendingen nemen naar gelang het dobbelresultaat van de verschillende spelers, als het wat tegen zit kan je in één ronde een paar pionnen tegelijkertijd verliezen. Het verplaatsen van dat ruimteschip lijkt voor jonge kinderen niet zo evident. De pionnen zijn erg licht zodat ze vlot worden opgezogen, maar de stickers komen helaas héél gemakkelijk los. Na amper twee spelletjes kwamen sommige stickers al los, en zonder sticker kan je helemaal niet zien van wie die pion is. Er is gelukkig een reserve velletje met stickers voorzien, de vraag is maar hoe lang die gaan meegaan. Zelf waren we alvast aan het denken aan een oplossing om de pionnen eventueel te verven. Het feit dat sommige spelers al vroeg uit het spel kunnen zijn is jammer voor een kinderspel. Met wat pech zijn al je pionnen na enkele rondes al ontvoerd, je kan dan nog wel dobbelen en het ruimteschip verplaatsen, maar spannend is het dan toch niet meer. Het onhandige ruimteschip, de stickers op de pionnen en de afvalrace waren voor ons minpunten, maar dat maakte de kinderen niets uit. UFO Alarm behoorde tot nu toe tot hun favoriete spellen… En hun mening is de belangrijkste voor zo’n kinderspellen, is het niet?

Conclusie: UFO Alarm is een leuk en spannend kinderspel!

UFO Alarm!

Met dank aan Goliath!

Met dank aan Goliath!

UFO Alarm!

Uitgever: Goliath
Aantal spelers: 2 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 6 jaar

Kakelspektakel

Spelbeschrijving

Voor een spelletje Kakelspektakel worden alle deelnemers verdeeld over twee groepen. Elk om beurt zal één speler een woord moeten uitbeelden met behulp van de kip… en dan maar hopen dat je teamgenoten begrijpen wat je uitbeeldt! De groep die er als eerste in slaagt om 10 juiste antwoorden te geven wint dit kakelgekke gebarenspel!

De speler die aan de beurt is neemt een opdrachtenkaart en dobbelt met de dobbelsteen om te bepalen welk woord hij zal moeten uitbeelden. De acteur heeft vervolgens even tijd om na te denken hoe hij dat woord zal uitbeelden, maar hij is verplicht om de piepende kip daarvoor te gebruiken! Van zodra de speler er klaar voor is wordt de zandloper omgedraaid en kan de acteur beginnen uitbeelden. De teamleden hebben vervolgens 10 seconden de tijd om te raden wat er wordt uitgebeeld! Als één van de teamleden het juiste antwoord roept mogen ze het kaartje houden en hebben ze één punt verdiend. Als het juiste antwoord niet geraden is krijgt het andere team één kans om te raden wat het was. Als het juist is kunnen ze hiermee een punt verdienen, anders wordt de kaart aan de kant gelegd. De volgende speler (iemand uit het andere team) is vervolgens aan de beurt. Het spel gaat op deze manier verder tot één van de teams 10 punten heeft verzameld, dit team wint het spel!

Het spel bevat ook een variant voor drie spelers, daarbij spelen alle spelers individueel. Net als in het basisspel dobbelt de speler om te bepalen welk woord hij zal uitbeelden. Van zodra de zandloper wordt omgedraaid kan de acteur beginnen uitbeelden en hebben de twee spelers 10 seconden de tijd om het juiste antwoord te roepen. Diegene die het juiste antwoord zegt binnen de 10 seconden krijgt de kaart en dus één punt, als niemand het juiste antwoord vindt moet de acteur de kaart zelf houden maar zorgt die voor één minpunt. De acteur heeft er dus alle belang bij dat de medespelers het raden! De speler die als eerste 10 punten haalt wint het spel.

Onze mening

Kakelspektakel is een erg leuk spel voor op feestjes met vrienden. Dit gebarenspel hoort zeker bij partyspellen als Pictionary en Taboe. Soms zijn de uit te beelden woorden erg voor de hand liggend, andere keren niet. Het feit dat je alles met een kip moet uitbeelden maakt het spel toch wel speciaal, je weet regelmatig hoe je het kan uitbeelden maar dan is de vraag: hoe doe je dat met die kip?! De uit te beelden dingen zijn soms heel eenvoudig maar andere keren ook vrij moeilijk. Af en toe staan er wel eens woorden op die we niet echt kenden of hier in Vlaanderen niet gebruikelijk zijn, maar we gaven een speler die het woord niet kende dan ook de kans om opnieuw te dobbelen. Wij speelden het op een familiefeestje maar merkten dat niet alle generaties er even enthousiast over waren, het komt op een feestje met vrienden wellicht veel beter tot zijn recht. 10 seconden om het uit te beelden én te antwoorden lijkt soms nogal kort, maar ook daar bepaal je zelf hoe streng je bent.

Conclusie: Kakelspektakel is een leuk gebarenspel voor op feestjes!

Kakelspektakel

Met dank aan Goliath!

Met dank aan Goliath!

Kakelspektakel

Uitgever: Goliath
Aantal spelers: 3 – 12
Tijdsduur: ± 20 min.

Vanaf 8 jaar

Woordwijzer

Spelbeschrijving

Wees de eerste om zes juiste antwoorden te geven en win het spel met deze knettergekke lettertrechter! Je kan echter niet zomaar antwoorden, nadat de opdracht werd bekend gemaakt kan je één van je balletjes in de trechter gooien… Enkel diegene wiens balletje onderaan in de trechter blijft liggen krijgt drie seconden om een juist antwoord te geven.

Aan het begin van het spel wordt er een kaart met onderwerpen gekozen. Er zijn 5 dubbelzijdige opdrachtkaarten én een blanco kaart waarop je zelf onderwerpen kan schrijven. De spelleider trekt aan de hendel en zegt vervolgens luidop bij welk onderwerp en welke letter de pijlen stoppen, zorg ervoor dat alle spelers dit kunnen zien! Vervolgens hebben de spelers tijd om na te denken en hun knikker in de trechter te gooien als ze een antwoord weten, maar enkel diegene wiens knikker onderaan blijft liggen zal het antwoord luidop mogen zeggen!

Als er een correct antwoord gegeven werd dan wordt er zo aan de knop gedraaid dat de knikker van deze speler in de buis beland, bij een fout antwoord komt de knikker in het bakje voor foute antwoorden terecht. Die knikker kan je later nog eens hergebruiken. Vervolgens wordt er weer aan de hendel getrokken en gaat het spel gewoon verder tot wanneer één speler er in geslaagd is om zes knikkers in de buis te krijgen! Als dat niet lukt gaat het spel verder tot er 14 knikkers in de buis zitten (aangeduid met een streep), diegene die de meeste knikkers in de buis heeft wint het spel!

Onze mening

Woordwijzer is om te beginnen een spel met een enorme aantrekkingskracht. De knettergekke lettertrechter ziet er leuk uit en zorgt ervoor dat zowel kinderen als volwassenen zin hebben om dit partyspel te spelen. Helaas kon het spel ons toch niet voor de volle 100% overtuigen. Eerst en vooral heb je het praktische: alle spelers willen (moeten) de pijlen kunnen zien, je kan dus best allemaal naast elkaar gaan zitten voor een potje Woordwijzer. Aan een tafel (zoals Woordwijzer wordt voorgesteld in de filmpjes) is het dus minder leuk aangezien niet iedereen het thema kan zien. Alles wordt dan wel luidop gezegd, maar diegene die het zelf zien zijn vervolgens ook meestal iets sneller. De grote vraag is wanneer je je knikker in de trechter mag gooien… Volgens de spelregels mag dat pas als je een antwoord weet, maar in de praktijk gebeurt dat vaak sneller… wie zal zeggen of je het op dat moment al wist of niet? Er wordt vaak gewoon een knikker gedropt van zodra de pijlen gestopt zijn met draaien, als die speler vervolgens een fout antwoord geeft heeft hij er meteen voor gezorgd dat de andere spelers die ronde niet konden scoren. Het idee achter dit (party)spel is wel leuk. Er zijn verschillende onderwerpkaarten en de onderwerpen verschillen telkens veel van elkaar, het blijft dus voor iedereen een leuke uitdaging. De trechter ziet er niet alleen leuk uit maar doet bovendien ook goed zijn werk.

Conclusie: Woordwijzer ziet er leuk en speciaal uit, maar kon ons niet volledig overtuigen.

Woordwijzer

Met dank aan Goliath!

Met dank aan Goliath!

Woordwijzer

Uitgever: Goliath
Aantal spelers: 2 – 4
Tijdsduur: ± 30 min.
Vanaf 5 jaar